Dyscalculie
Wel of geen dyscalculie
Om te bepalen of een leerling dyscalculie heeft, moet een onderzoek uitgevoerd worden door een daartoe bevoegd persoon. In het eerste leerjaar nemen wij alle leerlingen zelf een rekentest af, waaruit afgeleid kan worden of er sprake zou kunnen zijn van dyscalculie.
Mocht de school op grond van deze test van mening zijn dat er naar alle waarschijnlijkheid sprake is van dyscalculie, dan verlenen we de leerling op grond daarvan in de leerjaren 1, 2 en 3 enkele faciliteiten:
Als de leerling in de leerjaren 4, 5 en 6 van dezelfde faciliteiten gebruik wil maken, zullen de ouders op eigen kosten een officieel dyscalculieonderzoek moeten laten uitvoeren door een daartoe bevoegd bureau; dit onderzoek kan dan het beste in de tweede helft van het derde leerjaar plaatsvinden, nadat duidelijk is geworden welk vakkenpakket de leerling het daaropvolgende schooljaar in de vierde klas zal gaan volgen.
Alleen als dat bureau een officiële dyslexieverklaring afgeeft, worden in de bovenbouw de bovengenoemde faciliteiten toegestaan; deze faciliteiten zijn echter ook dan niet toegestaan bij het centraal schriftelijk examen.
Toelichting groene kaart
Aan leerlingen met dyscalculie (en andere leerlingen die om een andere reden gebruik mogen maken van een of meer faciliteiten) wordt een "groene kaart" uitgereikt. In het boekje toelichting groene kaart, dat tegelijk met de "groene kaart" wordt uitgereikt, wordt uitgelegd waar de betreffende leerling binnen onze school op kan rekenen. Enerzijds gaat het hierbij om faciliteiten, anderzijds om ondersteuning door de dyslexiecoach en de remedial teachers.
U kunt de meest recente versie van dat boekje hier downloaden.